The House of my Fathers
- over verhalen vertellen -
A story is a true tale that might as well be a lie…
…or just the other way around.
De kunst van het verhalenvertellen is zo oud als de mensheid zelf. Verhalen kunnen ontroeren, je aan het lachen maken, of je iets leren. Ze kunnen waarschuwen, het nieuws brengen, of eenvoudigweg de zinnen verzetten. Een goed verhaal neemt het niet zo nauw met de feiten, omdat ze in verschillende situaties, door verschillende mensen om verschillende redenen worden verteld.
The House of my Fathers vertelt op een lichtvoetige manier hoe de jongen Agorajaq volwassen wordt door een verhalenverteller te worden. Gaande de film zien wij hem veranderen van een kind dat onverzadigbaar naar verhalen luistert in een jonge man die vertelt, intrigeert en amuseert met zijn eigen verhalen.
Agorajaq’s reis terug naar huis in het Hoge Noorden vormt de basis voor herinneringen en verhalen over de wereld waarin hij opgroeide, en waarin hij uiteindelijk thuis hoort; een weerbarstige, besneeuwde wereld aan de buitenranden van ‘de beschaving’, bevolkt door jagers en Inuits. Een wereld met haar eigen regels en moraal, waar vriendschap langer meegaat dan een fles sterke drank, en waar verbeelding broodnodig is om te overleven.
Zoals in mijn vorige films speelt het trotseren van de realiteit door het vermogen tot fantaseren een belangrijke rol. Het is een universeel thema dat mij blijft fascineren en steeds weer in mijn werk terugkeert.
Het scenario
The house of my Fathers is gebaseerd op het gelijknamige boek, of liever, de bundel verhalen, van de Deense schrijver Jørn Riel. Afdwalen op zijwegen, commentaar leveren in de kantlijn en het uitwijden over observaties langs de narratieve hoofdroute zijn belangrijke kwaliteiten van Jørn Riel’s boek. Zoals hij het zelf zegt: “Alleen degene van wie nooit iemand het einde van zijn verhaal hoorde, kan als een werkelijk verhalenverteller beschouwd worden.”
Om het principe van het boek werkbaar te maken voor film, moest ik in het scenario een andere vorm van vertellen ontwikkelen:
Het boek is geschreven in de ‘ik’vorm: Agorajaq die zijn jeugd navertelt. Dat suggereert voor de film een voice over, maar daarmee zou Agorajaq’s wording tot verhalenverteller al meteen aan het begin van de film weggegeven worden. In tegenstelling tot het boek begint het scenario met Agorajaq als luisteraar naar de verhalen van de volwassenen om hem heen. Gaande de film zien (en horen) we Agorajaq zich langzamerhand tot de belangrijkste verhalenverteller ontwikkelen, en uiteindelijk draaien de rollen zich om. De volwassenen naar wiens verhalen Agorajaq als kind zo graag luisterde, hangen nu aan zijn lippen om zíjn verhalen te horen.
Ook de structuur van de film is radicaal anders dan het boek. Die kan het beste vergeleken worden met het principe van Russische matrioshka poppen, die in elkaar passen: een verhaal in een verhaal in een verhaal.
De timing van de dialogen spelen ook een belangrijke rol: een scene kan middenin een verhaal beginnen, of voor het eind van een verhaal verlaten we de scene alweer, waardoor de eindeloosheid van het verhalenvertellen invoelbaar wordt gemaakt.
Maar hoe divers de verhalen, en de mensen die ze vertellen, en hoe ‘meanderend’ de structuur van het scenario, alles is altijd gerelateerd aan de hoofdpersoon van de film, Agorajaq.
Stijl
The house of my Fathers is vrijwel geheel gesitueerd in het universele en lege witte landschap van het Poolgebied. Toch zal de visuele taal een kleurrijke mix van stijlen en beelden zijn. Zo wordt de ‘Westerse Beschaving’ bijvoorbeeld gevisualiseerd door producten en objecten die we in het Poolgebied tegen komen. Een paar etiketten op blikjes of dozen, een plaatje in een tijdschrift, of een geïmporteerd damesslipje zijn voldoende om de fantasie te prikkelen.
Zoveel verhalen, en zoveel manieren om te vertellen: de consequentie is een visueel ecclectische stijl. Sommige scenes, bijvoorbeeld de scenes waarin Agorajaq als kind fantaseert, zullen een komische, bijna stripverhaal-achtige stijl hebben. Andere scenes zijn magisch van sfeer (Aviaja’s Inuit verhalen), terwijl de harde realiteit van het leven boven de Poolcirkel het beste op een documentaire manier tot zijn recht komt.
Kleuren zijn helder maar worden spaarzaam gebruikt in een landschap dat van nature bijna monochroom is. De montage van de film zal dynamisch zijn, de muziek een reeks interpretaties van een beperkt aantal basisthema’s. In dit stadium is het nog te vroeg om de crew vast te leggen, maar zoals in mijn eerdere films werk ik graag samen met mensen die mijn taal van filmen verstaan en er tegelijkertijd hun eigen artistieke stem aan toe kunnen voegen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten