donderdag 10 maart 2011

Het Stuk

Inleiding
Trans-, cross- en multimediale storytelling; wat betekent dat eigenlijk? Is dat niet zoiets als Mc Luhan’s “The medium is the message”, waarbij message vervangen wordt door het meer specifieke ’story’?
Veel van wat wij tot nogtoe op dat gebied gezien hebben is vaak niet meer dan een belofte, een 'vinding' in de mix van 'verhaal' en interactie, waarin juist deze vinding centraal staat, en waarin het verhaal zelf een ondergeschikte rol speelt. 'Stories' lijken vaak een 'aandikking' te zijn van user generated data; 'voeg een beeld toe, en jij bent ook deel van de 'story'.
Als er al sprake van een samenhangend verhaal is, is dat dus ondergeschikt aan de techniek, en moet daardoor simpel zijn: een klassieke, lineaire manier van vertellen, waarbij de held (die vaak een alter ego van de gebruiker is) een kweeste heeft, hindernissen moet overwinnen en uiteindelijk beloond wordt.
Is het niet mogelijk een andere manier van vertellen te vinden, die enerzijds de techniek ondergeschikt maakt aan het verhaal, en anderzijds de manier van vertellen afstemt op de media? Om dat uit te zoeken willen we door een ons na liggend thema in een goed verhaal vervatte, en dan pas bepalen hoe we dat het beste kunnen vertellen.

Een goed verhaal kun je, net als een goed schilderij, een mooi gedicht, een pakkende song of een tongstrelend gerecht, niet zondermeer construeren. Inspiratie is geen technische aangelegenheid. Wel kun je de beste omstandigheden scheppen om dat verhaal te laten ontstaan. Dat doen wij ondermeer door materiaal te verzamelen en onszelf een aantal onderzoeksvragen te stellen.

Verhalen vertellen in de publieke ruimte
Het lijkt erop dat er misverstanden zijn over wat nou eigenlijk een ‘story’ is. Zelfs in het woordenboek is er geen eenduidige definitie van te vinden. In ieder geval vormt het communiceren van een verzonnen of reeele gebeurtenis met een uitkomst de basis. Het klassieke verhaal is dus een lineaire reis door de tijd met een begin en een eind. En, niet onbelangrijk, er is een verteller en een publiek.

Een goede verteller weet zijn publiek aan zijn lippen. Hij weet de verbeelding van de luisteraars te prikkelen, hun aandacht vast te houden, ze te ontroeren, aan het lachen te maken, in angst te laten verkeren, nieuwsgierig te maken. Goede films en boeken hebben dat effect, door identificatie met (meestal) de hoofdpersoon van het verhaal, door suspension of disbelief, door drama te creeeren, en, niet te vergeten, door de goede timing te bepalen.

Wat is dan de beste vertelvorm voor verhalen vertellen in de publieke ruimte? Hoe kunnen we zonder lineair narratief, gebruikmakend van fysieke lokaties en belevingen, uiteindelijk toch één verhaal vormen? En is er nog wel één verteller, en een publiek dat zich mee zal laten voeren door de vertelling?
De verteller en de luisteraar
In de openbare ruimte is het lastig een lineair verhaal te vertellen; er is geen klassieke verteller die de timing in de hand heeft. (Paul: non-linear storytelling en interactie > "mimic the structure and recall of human memory" = delen samenbrengen ipv. een geregisseerde chronologie = geen verteller die 'de waarheid dicteert'

In films, waarin het narratief ondergeschikt is, wordt vaak een associatieve manier van vertellen gehanteerd. Zo worden andere structuren en elementen belangrijk: herhaling, ritme, bereikt door het gebruik van specifieke montage, muziek, en beeldassociaties. Zou het mogelijk zijn sommige van die elementen in te zetten voor ‘vertellen in de breedte’ (horizontaal) in plaats van lineair vertellen (verticaal)?

Interactiviteit
Hoe kunnen wij de vertellers zijn, en het publiek de luisteraars laten zijn, terwijl we het publiek toch de mogelijkheid tot interactie bieden door beweging, loggen van aanwezigheid, of diegene die aanwezig waren, etc?
Zouden we neiging (en de noodzaak) tot identificatie met het verhaal kunnen inzetten voor het interactieve deel van de vertelling (zoals dat in games gebeurt)?
Is alleen de fysieke aanwezigheid van het publiek voldoende voor interactie? Maw. zit het interactieve ‘m in de beleving? Hoe kan je die ‘ervaringen’ als verhaalelementen (scenes?) inzetten?
Kunnen we het echt helemaal zonder ‘film’, of een ander traditioneel vertelmedium stellen? Of zou het dan een film zonder begin of einde moeten zijn? Een verhaal wat nooit afkomt?
DR: “Verbeelding van de technologie”.


De drager/het medium
De publieke ruimte bevat in toenemende mate op meerdere niveaus (on)zichtbare digitale technologie. De informatie die door deze kanalen loopt, is uitsluitend commercieel of van een toegepaste aard op het gebied van veiligheid, transacties, tools, etc… Tegelijkertijd genereert dit nieuwe informatie, of; kunnen deze kanalen voor alternatieve (culturele, sociale ) doelen ingezet worden.
Nog een stap verder: kunnen de kanalen die vooralsnog meestal voor informatie of transacties dienen, ook als podium of drager voor het vertellen van (autonome) verhalen gebruikt worden? (Dus zoals het filmdoek, het boek, de CD,)
Hoe zou je mensen daarvoor kunnen conditioneren? We stellen ons in, conditioneren ons, tenslotte ook als we naar het museum gaan, naar de kapper of de tandarts, naar de opera of naar een restaurant. Door een bioscoopkaartje te kopen, ga je accoord met een set regels, die bv betekenen dat je het accepteert met een groep mensen in het donker te gaan zitten en naar geprojecteerd licht op een doek te kijken.

De smartphone functioneert hierin als meest capabele en toegankelijke vorm om informatie toe te voegen; een meta-laag over de realiteit te creeëren en te ervaren. Het genereren van een collectieve database kun je zien als een virtuele publieke ruimte.
Als verhalenverteller ben je misschien meer iemand die orde aanbrengt in die collectieve database, en zo een verhaal vertelt in de breedte (in tegenstelling tot lineair). Je legt verbindingen die niet plotmatig zijn, maar associatief. Door de omstandigheden van de luisteraar daarin op te nemen kunnen er allerlei verschillende associaties ontstaan, en dus tot verschillende ‘verhalen’. In lineaire vertellingen leidt dat tot problemen, terwijl dat misschien juist de vrijheid van trans/multi/cross mediaal vertellen is?


Beleving als een soort interactieve cinematografie
In film is de vertelling door professionele acteurs, dwingende cinematografie en de door de makers vastgestelde tijdsspanne en ritme bepalend om in een verhaal te geloven en er in mee te gaan. Buiten beeldschermen en bioscoop stoelen of de bank thuis is dat lastig. Maar daar staat tegenover dat de echtheidsbeleving veel meer zintuigen kan bedienen.

De vraag is hoe je in de publieke ruimte de aandacht van een publiek kunt vasthouden.
Hoeveel aandacht kan je veroveren van de passant, om meer dan een 'advertising' achtige trigger over te brengen? De publieke ruimte wordt nu vooral van de korte bits, eenduidige, übergefocuste informatie gevuld.
Zoals we al hierboven stelden heeft de juiste aandacht deels met conditionering te maken. Maar het belangrijkste, de tijdsspanne die door de verteller bepaald wordt, blijft een probleem. Wel zou je kunnen proberen de kracht van cinematografie te kunnen vertalen, door de luisteraar te dwingen tot een bepaalde manier beleven.

Zou je cinematografisch gebruik kunnen maken van alle zintuigen, iets wat je niet kan doen met bioscoopfilm of televisie (daar kun je alleen horen en zien; in het echt kan je ook voelen (temperatuur, luchtbeweging, materiaal), ruiken, proeven, bewegen door de situatie. (Zoals in het werk van Daan)
Hoe kun je iets wat niet te filmen is, alleen te ervaren is, inzetten voor een door ons verzonnen fictieverhaal? Kan je zo je publiek uittillen boven de realiteit. en een andere, poetische realiteit ontvouwen?
Kun je de eigenschappen van lokaties inzetten? Als ‘camerabewegingen/standpunten’: bv roltrappen, de top van de Euromast, een smalle, hoge steeg, een onverwacht perspectief vanaf een dak of door een luchtgrid van de metro op de straat. Decoupage, door de opvolging van bepaalde beelden, belichting, maar ook kou, de wind, zonneschijn, water, tactiele eigenschappen.


Voorwaarden
Er zijn een aantal voorwaarden die wellicht kunnen zorgen dat de barriere tussen publiek en verhaal zo klein mogelijk gehouden kan worden:

geen afleidende devices tussen verteller en luisteraar
een toegankelijk, rond, 'totaalding', een afgebakende arena of een duidelijk begin- en eindpunt aan het verhaal (dat kan zowel in tijd, als in handeling)
lokaties waar een verhaal al inbesloten ligt, en waar wij als verteller gebruik van maken. (zwanen in de europoort). Dat kunnen plekken zijn waar verleden, heden en toekomst versmelten, of plekken waarover wij via andere media informatie geven, zodat die plek een andere betekenis of drama krijgt (HET SCHULDIGE LANDSCHAP VAN ARMANDO)
een thematiek en verhaal die met de lokatie(s) verbonden zijn, en dus gemakkelijk voorstelbaar door een publiek (dus bv een associatie die gemakkelijk te maken is, zoals het strandje op Heyplaat als onbewoond eiland, of de stationshal als metafoor voor de poort naar een andere wereld)
andersoortig gebruik van elementen om te vertellen die er al zijn (zoals bv omroepstem op station, de kijker op de maaskade, die een ander uitzicht geeft)
een duidelijk herkenbare ‘stijl’
Zoals je een kaartje koopt voor een voorstelling, zou je een pasje wat zichzelf (dus zonder scannen of een ander apparaat) herkenbaar maakt op een lokatie kunnen hebben. Een directe ervaring waar geen handleiding voor nodig is, maar waar je je als luisteraar wel van bewust bent, en dus geconditioneerd.
Er is iets nodig om alles te verbinden, het geheel te communiceren; als kompas en 'promotie' tegelijkertijd. alles wat rondom een gebruikelijke vertoning/voorstelling gebeurt, maar dan nu binnen een nieuw gebied. Hierin functioneren de 'gebruikelijke' en media ter representatie van de film niet (trailer, filmposter, recensies, etc..) > Wat zetten we in, en hoe vormt het zelf al een wezenlijk onderdeel van het verhaal zelf.


Waar gaat het over?
Naast al deze theoretische kwesties en praktische constateringen blijft natuurlijk de kernvraag: wat willen we vertellen?
Dat weten we nog niet precies, maar er zijn wel een aantal parameters en ideeen die we gemeenschappelijk kunnen vaststellen:
Vooralsnog ontwikkelen we een autonoom werk; iets tussen kunst en auteurscinema.
We willen graag poezie/fantasie in zowel de openbare ruimte als in nieuwe media brengen. De kracht van de verbeelding en de poezie van de dagelijkse dingen is een leitmotiv in ons werk. Wij willen graag toveren en sprookjes vertellen.
Dat kunnen we oa doen door visuele illusies als schaduwen, door muziek en geluid, en ook een fysieke, zintuigelijke ervaring in de publieke ruimte.
De natuur, vooral in het stedelijk gebied. Niet alleen konijnen, maar ook gras, water vogels, bomen, enz.groeien en leven in de stad. buiten ‘het systeem’.(Zie wederom Armando)
Rotterdam (de havens) is onze arena.
Rotterdam heeft veel geschreven poezie in de stad. Wellicht kunnen we daar op aanhaken.
Zonder dat het noodzakelijkerwijs letterlijk augmented reality hoeft te zijn, willen wij graag een andere wereld in de realiteit creeeren. Bv door de realiteit van nu een update te geven, de toekomst naar het nu te trekken. Hoe ziet die nieuwe wereld eruit; wat willen wij ervan en wat wil het van ons?
De installatie moet een visie over die toekomst & zijn media hebben; iets activeren niet alleen beschouwen. Dit kan zowel een sociale issue zijn (veiligheid, privacy of juist collectief gevoel van Rotterdam .


Werkwijze
Om tot een concreet project te komen, waarin (nogmaals) niet de techniek maar de inhoud leidend is, stellen we de volgende stappen voor:

1. We bedenken ons thema. Wat houdt ons bezig? Ik vind het lastig los te komen van de ideeen waar ik nu aan werk (identiteit, privacy, dromen). Geldt dat voor jullie ook?
DR: Gevoel van co-controle in de film; wij maken het landschap maar het landschap maakt ook ons dmv van technologie. Hoe ziet dat nieuwe technologische, natuurlijke landschap eruit (toekomstvisie)? Beide kanten van het verhaal worden belicht bv. George Orwell (Big Brother watches you) versus Da Vinci (Man merges with Machine).
Daaruit vloeit het onderwerp voort, wat we dan in een verhaal vervatten.
-
2. Dan gaan we op zoek naar de locatie(s) die het meest geeigend is om ons verhaal te vertellen (zie voorwaarden)

3. Vervolgens kiezen we de media waarmee we op die plek(ken) ons verhaal het beste kunnen vertellen. (Cinema, Installatie, Communicatie / mapping / interface)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten